Opvoeden

Al onze Anne’s

Om 12:10 zat ik in de auto, ik reed door ‘het dorp’. Ik had haast, de kinderen waren om 12:00 vrij en zouden thuis komen eten. Boodschappen gedaan, duurde net iets langer dan gepland. We hebben allemaal wel onze momenten dat we dan even door willen rijden, er voor ons eigen kind willen zijn. Balen van onszelf omdat we te laat zijn.

Naar huis

In de straat waar ik reed, geldt een maximum snelheid van 50 km per uur. Door alle bochten lijkt het dan een echt parcours dus meestal rijd ik rustiger. Maar wel lekker door rijden, soms best gevaarlijk vanwege alle bochten. Fietsers inhalen, betekent andere weghelft mee pakken en dan alweer de volgende bocht in. Ik was met mijn gedachte bij huis. Zouden de kinderen al thuis zijn? Ze weten de weg, ze hebben een sleutel, dus geen probleem. Maar ik had lekker beleg gekocht en wilde dat ze even zouden wachten met eten. Toen zag ik allemaal kinderen fietsen. Naar links, naar rechts. Mij een beetje onbekende gezichten, waarschijnlijk van de andere school. Want niet alleen mijn kinderen zijn uit, alle kinderen hadden pauze. Ik ben zachter gaan rijden, zo hoort het. Toch? Ik hoopte dat die kinderen veilig thuis zouden komen, dat ik geen gevaar zou vormen. Ik hoop dat iedereen zijn snelheid aanpast als er kinderen fietsen. Dat als mijn kind ergens fietst, de automobilist dan ook voorzichtig is. Ik voor zijn kind, hij voor mijn kind (hij of zij als bestuurder dan he). Soms kan ik er niet zo goed tegen. Waarom alleen voorzichtiger doen als het om kinderen gaat, ik hoop dat ze mijn man en schoonmoeder (of mij!) ook niet van de fiets rijden. Maar goed, kinderen kunnen zo maar ineens iets doen wat je niet verwacht. En dat zullen wij dan weer minder snel doen. Komt er dus op neer dat ik mijn snelheid aanpaste. Mijn kinderen waren toch al wel thuis, die extra minuut overleven ze ook wel. Mijn gedachte was, ik rijd voorzichtig en hoop dat een ander dat ook doet als mijn kind ergens fietst. We zorgen dat elkaars kind veilig is.

Anne

We zorgen dat elkaars kind veilig is… En toen kwam hij binnen. Ja, ik heb het nieuws gevolgd. Heel vervelend. Heel akelig. Waarom? Maar ik volg het op afstand. Wat vervelend voor die mensen. Hoe kan het dat er daar zoiets gebeurd? Dat is denk ik een zelfverdedigingsmechanisme. Maar ik reed in mijn auto en dacht: we zorgen dat elkaars kind veilig is. Nee dus. Niet altijd. Soms lukt het niet. Anne, het kind van een andere moeder. Toen ik 25 was, had ik al kinderen, voelde ik me ontzettend volwassen en groot. Maar ook dan, blijf je het kind van je ouders. En kwetsbaar. Wat eerst ver van mijn bed bleef, kwam in één ogenblik de auto binnen knallen. Anne, dit had niet mogen gebeuren. Er had een moeder ergens moeten rijden, die jou had gezien. Een moeder die snelheid had geminderd en je misschien wel had gevraagd of je een lift wilde, vanwege de regen. Een moeder die ervoor gezorgd had dat je veilig was. Zoals zij wil dat haar kind veilig was. Anne, wat erg dat er geen enkele moeder beschikbaar was. Mijn vertrouwen in de mensheid heeft weer een gat. Natuurlijk niet omdat er geen moeder beschikbaar was, dat is gewoon heel erg jammer. Mijn vertrouwen heeft een gat, vanwege zo’n misselijk persoon. Maar ik probeer het te dichten met mijn geloof in de goedheid van de mens. Dat de meeste mensen snelheid minderen als ze kinderen zien fietsen. Dat ze even stoppen als ze een kind zien vallen en het helpen opstaan. Dat ze vragen of ze kunnen helpen als er helemaal alleen een kind staat te huilen. Laten we samen ervoor zorgen dat al onze andere kinderen wel veilig thuis komen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *