Overpeinzingen

Dat de dood toch wat met me doet

Er woonde hier aan de overkant een man. Een man van ongeveer mijn leeftijd. Hij woonde er net iets korter dan wij hier wonen, maar zeker toch 15 jaar. Een man die een hond had en blijkbaar best speciale vissen in zijn aquarium. Een man die zijn baan kwijtraakte, een man die een vriendelijk praatje maakte als je hem tegen kwam. Een man die zijn hulp aanbod toen manlief in het buitenland zat en ik met mijn hoofd onder de motorkap zat. Een man die zijn wekker eerder zette, omdat hij een nieuwe baan had en dan weer aan het ritme kon wennen.

Eerst jaren aan een toekomst bouwen Maar als het puntje bij het paaltje komt Vraag jij je af hoe je het uit kon houden

*Racoon; de echte man

Het ging mis, met de man aan de overkant. Hij raakte op het verkeerde pad, kreeg vrijwel nooit bezoek. Hij heeft verkeerde dingen gedaan, maar ingezien dat hij fout zat. Hij heeft zijn best gedaan zijn leven te beteren. Hij zocht hulp, maar die bleek niet passend. Hij probeerde het opnieuw, wederom zonder succes. Hij bleef problemen houden, hij zakte weg. Ik ben nooit langs gegaan, dat deed ik eerder ook niet. Ik zwaaide gedag als ik hem zag. Hij leefde zijn leven en ik het mijne.

Wie loopt weg, wie durft het aan Om voor een ander op te staan Die hij niet kent

*Racoon; de echte man

De mensen uit de buurt wisten niet wat zijn naam was, tot het vaker fout ging. Ineens kende iedereen zijn naam en kreeg hij een naam. Van anoniem naar ongewenst. Hoe snel kan het gaan. Ik ben verbijsterd. Ineens is hij al een tijdje geleden overleden. Dus zo lang hij zich maar koest houdt, heeft niemand in de gaten dat hij er niet meer is. Een man die fouten heeft gemaakt, maar wel zijn tuintje netjes bijhield. Een man die voor onrust zorgde, maar hulp zocht voor zijn speciale vissen toen hij opgenomen werd. Ik denk daar dan over na. Het doet iets met me.

Wat ik voel is geen verdriet. Maar ik vraag me dan af, wat is er mis gegaan? Het kan met mij, of mijn kinderen ook mis gaan. Wat doe ik, als mijn kind de verkeerde kant op gaat. Wat kan ik doen? Zijn buurman zei: ‘Had ik maar…’, maar dat is het niet. Hij was graag op zichzelf, hij kwam niet vaak naar buiten. Was het aan ons? Hadden we kunnen helpen? Ik denk het niet, maar ik vind het sneu. Soms gaat het zo, soms met iemand dierbaar of iemand dichtbij. Het hoort erbij. Hij hoorde erbij. Het zet me aan het denken. Het maakt me dankbaar voor wat ik heb. Ik hoop het nog een tijd te kunnen houden.

Sprekend over de dood zeggen de mensen: ‘Dat is het leven’

* Juul Kinnaer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *