over prikkels, drama's en rust. En andere alledaagse opvoedraadsels

Proberen niet boos te worden

Vroeger, in de ogen van de kinderen is dat een eeuwigheid geleden, maar het zijn nog maar een paar jaar. Vroeger, werd ik elke keer boos. Dat was mijn eigen frustratie, mijn eigen onwetendheid. Maar als je iedere keer een kind hebt dat gilt, huilt en schreeuwt, dan weet je het op een gegeven moment ook niet meer. Ik was ervan overtuigd dat ik het goed deed, dat ‘opvoeden’. We hadden ook toen al twee oudere dochters rondlopen, waarbij het wel goed ging. Tuurlijk maakten we daar ook fouten en deden zij ook stout. Maar dat was binnen de kaders van ouder-kind-ontwikkeling.

Leeg potje

Op een dag heb ik tegen vaders gezegd dat mijn ‘potje’ voor dochter 3 leeg was. Die andere twee konden doen wat ze wilden, kon ik mee omgaan. Maar als dochter #3 al lelijk keek, was mijn geduld weg. Die heeft zo veel energie gevreten, daar ben ik de eerste jaren zo intens mee bezig geweest, dat ik op een gegeven moment er helemaal klaar mee was. We wisten toen nog niet dat we er anders mee om moesten gaan, dat ze een andere aanpak vereist. Ik wist niet meer wat ik moest doen, zodat ze een keer niet zou gaan huilen. Ze was zeker geen huilbaby, maar ik wist toen al dat er iets was. Ik heb haar heel veel in de draagdoek gehad, anders had ze misschien wel de ‘classificatie’ huilbaby gekregen. Ik droeg, omdat ze anders huilde. Mijn grootste frustratie is de opmerking geweest dat ik haar heb verwend. Ik sta als moeder (en ik was 24/7 thuis dus ik kende mijn kinderen echt wel het beste) nog steeds achter mijn beslissingen van toen. Ik wist dat er iets was met mijn kind, ik wist dat ze mijn cocon van bescherming nodig had en dus heb ik haar heel veel gedragen. Dan voelde ze zich veilig. Dat was wat ze nodig had, een basisbehoefte en valt voor mij niet onder de noemer verwennen. Ik kan er nog fel van worden.

Status neutraal

Inmiddels weten en kunnen wij veel meer. Inmiddels weet ik uit ervaring dat het niet werkt om boos te worden. Daar maak ik het vaak juist erger mee. Als dochter #3 een bui heeft, is dat vaak ook uit onvermogen. Dan moet ik haar helpen, ook al duwt ze me weg. Dan moet ik haar rots in de branding zijn en geduldig blijven. Probleem is, geduld is niet mijn kwaliteit. Heb ik nooit heel erg veel gehad. Meestal kan ik daarmee omgaan, door iets anders te gaan doen en later ergens op terug te komen. Als de lader geduld weer vol is, zogezegd. Maar midden in zo’n bui is het vrij lastig iets anders te gaan doen. Bovendien komt zo’n bui soms gewoon heel erg slecht uit. Omdat je bijvoorbeeld allemaal op tijd aangekleed moet zijn voor school en werk. En dan heb ik geen tijd voor een bui. En dan word ik boos. Ook ik word dan gewoon af en toe boos. Dan ben ik er klaar mee, gaat mijn meter geduld in het rood en dan is het klaar. Dochter #3 kan dan op haar kamer verder gaan met haar bui, wat wel betekent wel dat ze door mijn boosheid haar kamer afbreekt, maar dan kan ik iets anders gaan doen. Kan mijn lader meteen weer even opladen. Moet ze me wel echt even met rust laten. Kunnen we erna rustig praten.

Proces

Het is een proces en ik ben ook maar een mens. Zeg ik vooral tegen mezelf als ik toch boos ben geworden. Maar soms is het net of je tegen een muur staat te schoppen. En dan ineens ben ik het beu, pak ik een slaghamer en wil ik NU aan de andere kant komen. En dan sta je daar vervolgens in de puinhoop. Je had beter de muur af kunnen breken, steen voor steen. Maar daar heb ik ’s ochtends geen tijd voor. Moeten we leren hoe we daarmee omgaan. Want geen tijd hebben, is geen optie. Moeten we tijd voor maken.


signature

Geef een reactie